| Literature DB >> 21450086 |
Peter J Jongen1, Gerald Hengstman, Raymond Hupperts, Hans Schrijver, Job Gilhuis, Joseph H Vliegen, Erwin Hoogervorst, Marc van Huizen, Eric van Munster, Johnny Samijn, Els de Schryver, Theodora Siepman, Martijn Tonk, Eveline Zandbergen, Jacques ten Holter, Ruud van der Kruijk, George Borm.
Abstract
BACKGROUND: Multiple sclerosis (MS) is a chronic inflammatory demyelinating disease of the central nervous system, for which no definitive treatment is available. Most patients start with a relapsing-remitting course (RRMS). Disease-modifying drugs (DMDs) reduce relapses and disability progression. First line DMDs include glatiramer acetate (GA), interferon-beta (INFb)-1a and INFb-1b, which are all administered via injections. Effectiveness of DMD treatment depends on adequate adherence, meaning year-long continuation of injections with a minimum of missed doses. In real-life practice DMD-treated patients miss 30% of doses. The 6-month discontinuation rate is up to 27% and most patients who discontinue do so in the first 12 months.Treatment adherence is influenced by the socio-economic situation, health care and caregivers, disease, treatment and patient characteristics. Only a few studies have dealt with adherence-related factors in DMD-treated patients. Self-efficacy expectations were found to be related to GA adherence. Patient education and optimal support improve adherence in general. Knowledge of the aspects of care that significantly relate to adherence could lead to adherence-improving measures. Moreover, identification of patients at risk of inadequate adherence could lead to more efficient care.In the near future new drugs will become available for RRMS. Detailed knowledge on factors prognostic of adherence and on care aspects that are associated with adequate adherence will improve the chances of these drugs becoming effective treatments. We investigate in RRMS patients the relationship between drug adherence and multidisciplinary care, as well as factors associated with adherence. Given the differences in the frequency of administration and in the side effects between the DMDs we decided to study patients treated with the same DMD, GA. METHODS/Entities:
Mesh:
Substances:
Year: 2011 PMID: 21450086 PMCID: PMC3080802 DOI: 10.1186/1471-2377-11-40
Source DB: PubMed Journal: BMC Neurol ISSN: 1471-2377 Impact factor: 2.474
Schedule of assessments.
| Baseline | Month 3 | Month 6 | Month 9 | Month 12 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Adherence* | X | X | X | X | X |
| MSSES | X | X | |||
| MSQoL-54 | X | X | X | ||
| Adverse Events | X | X | X | X | X |
| Relapses | X | X | X | X | X |
| EDSS** | X | X | |||
| DAQ-90 | X | ||||
| DRS | X | ||||
*, and at 6 additional random time points
**, optional
MSSES, Multiple Sclerosis Self Efficacy Scale
MSQoL-54, Multiple Sclerosis Quality of Life-54
EDSS, Expanded Disability Status Scale
DAQ-90, Dutch Adherence Questionnaire-90
DRS, Discontinuation Risk Score
Dutch Adherence Questionnaire-90 (DAQ-90)
| 1. Bent u tevreden over uw economische situatie? | JA/NEE |
| 2. Vindt u uw besteedbaar maandinkomen voldoende? | JA/NEE |
| 3. Bent u voldoende vaardig in schrijven en lezen? | JA/NEE |
| 4. Wat is de hoogste afgemaakte opleiding? | .............. |
| 5. Was u in het afgelopen jaar (tijdelijk) werkeloos? | JA/NEE |
| 6. Had u in het afgelopen jaar deeltijdwerk? | JA/NEE |
| 7. Ervaart u voldoende steun van uw sociale netwerken? | JA/NEE |
| 8. Zijn uw leefomstandigheden stabiel? | JA/NEE |
| 9. Hoever is de afstand tot MS polikliniek/behandelcentrum? | ... km |
| 10. Heeft u een eigen bijdrage aan vervoerskosten van - naar polikliniek/behandelcentrum? | JA/NEE |
| 11. Heeft u een eigen bijdrage aan medicijnkosten? | JA/NEE |
| 12. Is het afgelopen jaar uw leefomgeving veranderd? | JA/NEE |
| 13. Waren er het afgelopen jaar gezinsproblemen? | JA/NEE/n.v.t. |
| 14. Hoelang duurde het eerste neurologisch consult op deze polikliniek/in dit behandelcentrum? | .... min. |
| 15. Hoelang duren gemiddeld de neurologische vervolgconsulten? | .... min. |
| 16. Hoelang duurde het eerste MS-verpleegkundig consult op deze polikliniek/in dit behandelcentrum? | .... min. |
| 17. Hoelang duren gemiddeld de MS-verpleegkundige vervolgconsulten? | .... min. |
| 18. Vindt u de continuïteit van uw MS-zorg voldoende? | JA/NEE |
| 19. Is meestal dezelfde neuroloog voor u beschikbaar? | JA/NEE |
| 20. Is meestal dezelfde MS-verpleegkundige voor u beschikbaar? | JA/NEE |
| 21. Bent u tevreden over de communicatie met uw neuroloog? | JA/NEE |
| 22. Bent u tevreden over de communicatie met uw MS-verpleegkundige? | JA/NEE |
| 23. Heeft u een goede relatie met uw neuroloog? | JA/NEE |
| 24. Heeft u een goede relatie met uw MS-verpleegkundige? | JA/NEE |
| 25. Vindt u de kwaliteit van de Nederlandse gezondheidszorg goed ? | JA/NEE |
| 26. Worden uw behandelingen en medicijnen volledig vergoed? | JA/NEE |
| 27. Wordt Copaxone altijd op tijd geleverd? | JA/NEE |
| 28. Hebben de zorgverleners voldoende kennis van MS? | JA/NEE |
| 29. Zijn de zorgverleners regelmatig overwerkt? | JA/NEE |
| 30. Bent u door de zorgverleners voldoende geïnformeerd over MS? | JA/NEE |
| 31. Is met u voldoende besproken hoe u klachten zelf gunstig kunt beïnvloeden? | JA/NEE |
| 32. Weet u wat adherentie is? | JA/NEE |
| 33. Vindt u adherentie belangrijk? | JA/NEE |
| 34. Heeft u veel last van MS? | JA/NEE |
| 35. Heeft u veel beperkingen t.g.v. MS? | JA/NEE |
| 36. Is uw MS het afgelopen jaar erg actief geweest? | JA/NEE |
| 37. Zijn er volgens u effectieve behandelingen van MS? | JA/NEE |
| 38. Kunt u inschatten wat het hebben van MS voor u op termijn kan betekenen? | JA/NEE |
| 39. Vindt u Copaxone een adequate behandeling voor uw MS? | JA/NEE |
| 40. Heeft u last van depressiviteit? | JA/NEE |
| 41. Heeft u andere ziekten behalve MS? | JA/NEE |
| 42. Kunt u niet zonder bepaalde geneesmiddelen of bent u afhankelijkheid van bepaalde geneesmiddelen? | JA/NEE |
| 43. Bent u verslaafd aan drugs? | JA/NEE |
| 44. Bent u afhankelijk van of verslaafd aan alcohol? | JA/NEE |
| 45. Hoeveel eenheden alcoholhoudende drank drinkt u per week? | per week |
| 46. Indien u behalve Copaxone nog andere medicijnen gebruikt: Heeft u een ingewikkeld schema om alle medicijnen in te nemen? | JA/NEE/n.v.t. |
| 47. Vindt u behandeling met Copaxone te lang duren? | JA/NEE |
| 48. Bent u eerder met interferon gestopt wegens onvoldoende werkzaamheid? | JA/NEE |
| 49. Bent u eerder met interferon gestopt wegens bijwerkingen? | JA/NEE |
| 50. Heeft u voorafgaande aan Copaxone twee of meer andere middelen gebruikt om terugvallen te voorkomen? | JA/NEE |
| 51. Verwachtte u binnen enkele weken gunstige effecten van Copaxone? | JA/NEE |
| 52. Ondervond u voldoende ondersteuning om met bijwerkingen om te gaan? | JA/NEE |
| 53. Vindt u uw kennis en opvattingen over MS adequaat? | JA/NEE |
| 54. Bent u gemotiveerd om zelf uw MS te 'managen'? | JA/NEE |
| 55. Heeft u er vertrouwen in dat u uw gedrag/gewoontes kunt veranderen? | JA/NEE |
| 56. Heeft u reële verwachtingen t.a.v. het resultaat van Copaxone behandeling? | JA/NEE |
| 57. Weet u wat het missen van injecties Copaxone voor u kan betekenen? | JA/NEE |
| 58. Heeft u last van vergeetachtigheid? | JA/NEE |
| 59. Heeft u last van stress? | JA/NEE |
| 60. Bent u bang voor bijwerkingen van Copaxone? | JA/NEE |
| 61. Was u bang voor bijwerkingen toen u met Copaxone startte? | JA/NEE |
| 62. Heeft u weinig motivatie om Copaxone te spuiten? | JA/NEE |
| 63. Had u weinig motivatie toen u met Copaxone startte? | JA/NEE |
| 64. Kunt u goed met uw MS klachten omgaan? | JA/NEE |
| 65. Kunt u goed uw behandeling zelf 'managen'? | JA/NEE |
| 66. Vindt u de Copaxone behandeling nodig? | JA/NEE |
| 67. Merkt u dat Copaxone behandeling effect heeft? | JA/NEE |
| 68. Bent u negatief over de werkzaamheid Copaxone? | JA/NEE |
| 69. Heeft u MS geaccepteerd? | JA/NEE |
| 70. Twijfelt u aan de diagnose MS? | JA/NEE |
| 71. Twijfelde u aan de diagnose MS toen u met Copaxone startte? | JA/NEE |
| 72. Bent u op de hoogte van de mogelijke risico's van MS voor uw gezondheid? | JA/NEE |
| 73. Bleek achteraf dat u instructies over Copaxone behandeling verkeerd had begrepen? | JA/NEE |
| 74. Mist u wel eens een controleafspraak? | JA/NEE |
| 75. Heeft u geringe verwachtingen van Copaxone behandeling? | JA/NEE |
| 76. Heeft u last van hopeloosheid of negatieve gevoelens? | JA/NEE |
| 77. Bent u gefrustreerd over bepaalde zorgverlener(s)? | JA/NEE |
| 78. Bent u bang afhankelijk te zijn? | JA/NEE |
| 79. Was u bang dat Copaxone uw MS behandeling te ingewikkeld zou maken? | JA/NEE |
| 80. Heeft u het gevoel dat u door MS een bepaald stempel heeft gekregen? | JA/NEE |
| 81. Was u bezorgd door Copaxone plots uw leefstijl te moeten veranderen? | JA/NEE |
| 82. Maakt u zich zorgen over de effecten van Copaxone op lange termijn? | JA/NEE |
| 83. Bent u in het algemeen negatief over het gebruik van medicijnen? | JA/NEE |
| 84. Vindt u dat artsen in het algemeen teveel medicijnen voorschrijven? | JA/NEE |
| 85. Bent u in het algemeen argwanend jegens chemische stoffen in voedsel en milieu? | JA/NEE |
| 86. Bent u in het algemeen argwanend jegens wetenschap of technologie? | JA/NEE |
| 87. Vindt u het belangrijk dat u met Copaxone wordt behandeld? | JA/NEE |
| 88. Had u er bij start van Copaxone vertrouwen in de behandeling te kunnen uitvoeren? | JA/NEE |
| 89. Bent u vaak op reis? | JA/NEE |
| 90. Heeft u onregelmatige werktijden? | JA/NEE |